Waarom sterke rekenaars soms gokken bij redactiesommen
Ze werden als tweetal naar me toe gestuurd. Zelfde niveau, dus logisch toch? Twee sterke rekenaars samen.
Maar zodra ze naast elkaar zaten, riep dat alles op wat ze niet moesten doen. Ze rekenden nog meer in hun hoofd. Ik zat tegenover twee murmelende jongens die elkaar stilletjes bijhielden — en mij eigenlijk niet nodig hadden.
Een deel van de klas krijgt dit niet mee. Maar kinderen weten dondersgoed wie goed is en wie niet. Zeker de sterkere leerlingen — die iets te verliezen hebben — voelen die druk. Dat geeft haast. Doorstroomtoetsen die in een half uur af zijn. Niet nakijken. Geen papier gebruiken.
Snel zijn is zichtbaar. Goed zijn niet.
Deze leerlingen vergelijken zichzelf met de snelste in de klas. Dat heeft totaal geen zin — want misschien heeft die snelle leerling wel alles fout. Dat weet je niet. Maar zo voelt het niet als je twaalf bent en voor je gevoel iets te verliezen hebt.
Wat ik doe? Ik vertel hoe het op de middelbare school gaat. Show your work. Je krijgt alleen punten als ik je redenering kan volgen op papier. Anders is het gewoon fout — hoe goed je antwoord ook is.
En dan blijkt er ook nog meer goed te gaan dan ze dachten.
Maar het volhouden in de klas vraagt soms meer dan een rekengesprek. Want het gaat niet alleen om de strategie — het gaat om wat een kind voelt als het zichtbaar moet zijn met zijn denkproces. Als het gewend is zijn positie te beschermen via snelheid, is een andere manier van werken niet alleen een technische aanpassing. Het vraagt ruimte om fouten te mogen maken. Veiligheid in de groep. En soms is alleen aan rekenen werken niet genoeg om dat te bereiken.
Er is een prachtig filmpje op YouTube: Messi — This is my formula. Hij laat zien wat hij allemaal doet en laat om zo goed te zijn als hij is. Ik laat het soms zien. Of we praten over de zussen Williams.
Niemand werkt zo hard als mensen die echt ergens goed in zijn.
Dat is de omkering die ik probeer te maken: niet "rekenen gaat makkelijk voor jou, dus het gaat vanzelf." Maar "rekenen gaat makkelijk voor jou — stel je eens voor wat je kunt als je er ook nog moeite voor doet."
Die twee jongens heb ik uit elkaar gehaald. Niet als straf, maar omdat ze samen het slechtste in elkaar naar boven haalden — qua strategie én qua houding. Naast een andere leerling, die rustig zijn of haat werk doet, komen ze meer toe aan leren.
Want daar gaat het uiteindelijk over. Houding is geen soft randje van rekenen — het is een wezenlijk onderdeel. In het model voor functionele gecijferdheid, dat beschrijft wat rekenen in het echte leven betekent, staat houding expliciet benoemd naast kennis en vaardigheden. Zelfvertrouwen, motivatie, flexibiliteit, leerbaar zijn. Niet als bonus, maar als fundament. Een leerling die niet openstaat voor feedback, of die zichzelf moet beschermen via snelheid, mist dat fundament — hoe goed hij ook rekent.
Ze kunnen 9 en 10 halen. Maar dan moeten ze eerst leren dat goed zijn en snel zijn niet hetzelfde is. En dat feedback geen aanval is, maar informatie.
Dat is soms meer werk dan een rekenstrategie bijsturen. Maar het is het werk dat er echt toe doet.
(Meer over houding en functionele gecijferdheid? Lees mijn eerdere blog hier.
Reactie plaatsen
Reacties