Kun je woordenschat oefenen?

Gepubliceerd op 18 januari 2022 om 15:17

Woordenschat is heel belangrijk voor de denkontwikkeling van je kind. Kinderen met een grote woordenschat doen het over het algemeen beter op school, krijgen later betere banen en hebben het eigenlijk in alle facetten van het leven makkelijker. Waarom dit zo is, heb je kunnen lezen in de blog van vorige week. Heb je die gemist? Dat kun je hem hier teruglezen.

Kinderen ontwikkelen hun woordenschat normaalgesproken  "vanzelf". Alle baby's hebben een aangeboren vermogen om taal te leren. Als een baby in een omgeving komt waar regelmatig tegen hem gesproken wordt zal het "vanzelf" steeds meer woorden en taal leren. Toch zijn de verschillen enorm. Als kinderen met 4 jaar op de basisschool komen vertelt het ene kind honderduit in prachtige samengestelde zinnen en het andere kind heeft nog grote moeite om zich verbaal te uiten. Waar komen die verschillen vandaan? En wat kun je als ouder doen om je kind te helpen een zo groot mogelijke woordenschat te ontwikkelen? Het heeft iets onnatuurlijks om met een aanwijsstok door je huis te lopen en je kind de verschillende woorden te "overhoren". Op die manier oefenen zal ik je ook zeker niet aanraden. Wat je wel kunt doen, kun je hieronder lezen.

 

1. Praat zo veel mogelijk tegen je kind.

Uit onderzoek blijkt dat er een sterk verband is tussen hoeveel er tegen een kind wordt gesproken en hoeveel woorden het kind kent.  Logisch ook, want hoe meer taal je kind hoort, hoe groter de kans dat het regelmatig nieuwe woorden hoort en zo zijn woordenschat kan uitbreiden.

De verschillen tussen gezinnen zijn heel groot. In gezinnen waar heel weinig gesproken wordt,  hoort een kind gemiddeld maar 615 woorden per uur. Hier staan de taalrijke gezinnen tegenover waar kinderen gemiddeld wel 2153 woorden per uur horen. Dat is een verschil van meer dan 1500 woorden! Ieder uur weer!

Op 3 jarige leeftijd kan de omvang van de woordenschat van een kind afkomstig uit een gezin waar veel gesproken wordt al 5 keer zo groot zijn als die van een kind uit een gezin waar weinig gepraat wordt. En naarmate de kinderen ouder worden, wordt dat verschil alleen maar groter. (Bron: Baker, Simmons & Kame'enui, 1998)

 

Het advies is dus. Praat, praat en praat tegen je kind. Het kan niet te veel. Praat over wat jullie op dat moment samen aan het doen zijn, wat jullie zien of horen. Bespreek de dag die geweest is en de dag die komen gaat.

Vooral kleuterjuffen zijn hier heel goed in, zij voorzien alles wat zij doen van een "ondertiteling". "Öw,  even een slokje van mijn thee nemen, dan kan ik beter verder gaan met voorlezen. Op welke bladzijde was ik ook al weer gebleven? Even zoeken hoor. Ow ja, bladzijde 4, nou jongens luister goed, zijn jullie ook zo benieuwd hoe het verhaal verder gaat?" Dit doen zij heel bewust, de bedoeling is om de kinderen onder te dompelen in een soort "taalbad". Een omgeving te creëren waarin zoveel mogelijk taal te horen en te leren is. Dat kun je thuis ook doen.

 

2. Wijs naar waar je over praat.

Wist  je de  mens de enige diersoort is die kan wijzen? Zelfs bonobo's en chimpansees kunnen dat niet. En dit vermogen is heel belangrijk voor de taalontwikkeling van je kind. Hoe jonger een kind leert wijzen en leert kijken naar wat jij aanwijst hoe groter de woordenschat.

Dit komt doordat "wijzen" zorgt dat je samen over hetzelfde kunt praten. Dat heet "gedeelde aandacht". Wijzen kan met je vinger maar het kan ook met je ogen. Al heel jong leren kinderen de blik van hun ouders in de gaten te houden zodat ze weten waar hun vader of moeder over praat..

Als je dus met je kind praat, wijs dan aan waar je het over hebt.  Richt samen met je kind jullie ogen naar wat het is dat je bespreekt. Of nog leuker, laat je kind het vastpakken als dit kan. Zo worden de woorden aan de juiste voorwerpen gekoppeld.

3. Help je kind bij het vertellen

Jonge kinderen kennen nog minder woorden en kunnen ook de grammatica regels nog niet goed toepassen. Een goede manier om je kind te helpen bij het vertellen is "modeling". Bij modeling geef je je kind de goede zin,die het eigenlijk had willen zeggen, zonder dat je je kind op een vervelende manier verbeterd. Als je klikt op het schema hiernaast kun je zien hoe dat precies gaat.

 

4. Gebruik de goede woorden

Mag ik hier een lichte frustratie van mij delen? Babytaal! Er zijn heel veel volwassenen die denken met hun kind te moeten spreken in een soort van brabbeltaaltje. Het gevolg hiervan is dat kinderen verkeerde woorden aanleren en verkeerde grammatica. En zoals je weet is iets afleren vaak veel moeilijker dan gewoon gelijk het goede leren. Voor je kind maakt het geen verschil of je een hond nu "hond' noemt of "woef woef". Het zijn voor je kind allebei nieuwe woorden. Dus waarom niet gelijk het goede woord? Dus als je kind enthousiast tegen een hond roept: "woef woef!" dan is de reactie die jij als volwassene geeft: "Hé, ja! Wat leuk, de hond zegt woef woef!" en niet: " Ja, wat leuk, een woef woef". Kijken jullie samen naar een zwart watervogeltje, noem het dan geen eend, maar gebruik gewoon het goede woord en noem het beestje bij zijn naam, een meerkoet in dit geval dus.

 

 

Moet je dan tegen een kind precies hetzelfde praten als tegen een volwassene? Nee, natuurlijk niet, er is verschil. Dat maak je vooral door:

  • Kortere zinnen te maken. Zorg wel dat je zinnen grammaticaal juist zijn.
  • Je bewust te zijn van het taalniveau van je kind en daar net iets boven te gaan zitten. Gebruik voor 90% woorden die je kind kent en voeg daar bewust af en toe een onbekend woord aan toe.
  • Regelmatig te controleren of je kind begrijpt waar je over praat. Stel vragen en laat je kind het in zijn eigen woorden vertellen. Zo heb je de kans om dingen te verduidelijken.

 

5. Zoek het op!

Maak er een goede gewoonte van om als jij een woord niet kent of weet, het op te zoeken. Het liefst samen met je kind. Zo leert het dat het heel normaal is om een woord niet te kennen en er dan naar te vragen.

 

 6. Ga er samen op uit.

Nieuwe woorden leren, nieuwe dingen zien. Je kind leert meer over de wereld om zich heen als hij er ook af en toe naar toe kan. Dus ga lekker met je kind naar het park of naar het strand. Neem je kind mee met boodschappen doen. Je schrikt ervan hoeveel kleuters niet weten wat een groenteman of een biggetje is. Ook met oudere kinderen kun je veel uitstapjes maken waar ze wijzer worden. Veel musea zijn tegenwoordig echt gericht op kinderen. Zodat het zeker voor hen ook interessant is.

7. lezen, lezen, lezen...

Iedereen heeft zijn "eigen" taal. Opgebouwd uit de woorden die jij vaak gebruikt. Maar er zijn zo veel meer woorden en zinnen die je kind ook kan leren. Daarom is voorlezen goed. Het laat je kind kennismaken met allerlei andere vormen van taal en een heel nieuwe voorraad aan woorden. Ook is voorlezen een middel om naar een heel andere plek te gaan en om dus woorden te leren van voorwerpen die je niet dagelijks in en om je huis tegen komt. En weet je nog wat ik aan het begin van dit artikel vertelde over gedeelde aandacht? Dat is bij voorlezen natuurlijk perfect geregeld. Je bent echt samen naar hetzelfde aan het kijken en luisteren. En als het goed is, is voorlezen ook nog eens heel gezellig.

Ook zelf lezen is belangrijk voor de woordenschat ontwikkeling van je kind. Stimuleer je kind om dat zo veel mogelijk te doen. Is jouw kind niet zo'n lezer? Dan raad ik je aan om hier verder te lezen.

 


«   »

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.